Verlaging stikstof en fosfaatplafonds per 2024 en 2025

9 februari 2024

In de derogatiebeschikking (2022-2025) is opgenomen dat de totale mestproductie in Nederland in 2024 niet hoger mag zijn dan in 2020 (was 2002). In 2025 volgt een verdere (forse) aanscherping. In het kader hiervan wordt er weer gesproken over het korten van productierechten.

Mestproductieplafonds

De mestproductieplafonds zijn sinds 2020 opgenomen in de ‘Meststoffenwet’. Het betreft een nationaal plafond en sectorplafonds voor melkvee, varkens en pluimvee. De plafonds zijn, behoudens het stikstofplafond voor melkvee, per 2024 verlaagd. De verlaging van de stikstof- en fosfaatplafonds is een voorwaarde uit de Europese derogatiebeschikking. De verlaging is geregeld middels een wijziging van de ‘Uitvoeringsregeling meststoffenwet’ (Urm).

Lagere plafonds

In de onderstaande tabel staan de nieuwe en oude plafonds. Daarnaast is de productie van 2022 en 2023 opgenomen.

 

Tabel 1: Stikstof- en fosfaatplafonds in miljoen kg

Sector Productieplafonds

 

Stikstof en fosfaatproductie
Oud plafond Nieuw plafond 2022 2023
  Stikstof Fosfaat Stikstof Fosfaat Stikstof Fosfaat Stikstof Fosfaat
Nationaal 504,4 172,9 489,4 150,7 467,1 150,4 472,2 146,5
Melkvee 281,8 84,9 286,5 73,6 269,2 77,2 276,3 74,2
Varkens 99,1 39,7 91,8 36,7 88,6 34,4 85,5 33,2
Pluimvee 60,3 27,4 54,7 24,1 53,9 22,5 53,3 22,4

 

Verdere aanscherping in 2025

De mestproductieplafonds worden in 2025 nog verder aangescherpt. Het nationale plafond bedraagt dan 440 miljoen kg stikstof en 135 miljoen kilogram fosfaat. Een daling van ca. 10%. De nieuwe sectorplafonds zijn nog niet bekend.

Wat grotere kans op overschrijding in 2024

Uit de vergelijking blijkt dat de meeste plafonds van 2024 o.b.v. de productie van 2022 en 2023 naar verwachting niet worden overschreden. Zie bovenstaande tabel. Dit geldt echter wel voor de fosfaatproductie van melkvee. Met de aanscherping van de plafonds is de kans op een overschrijding groter geworden, maar in 2024 waarschijnlijk nog beperkt.

2025: kans behoorlijk groter

Door de grote daling van het nationale plafond in 2025 is de kans op een overschrijding veel groter. Uiteraard is dit afhankelijk van diverse factoren zoals de opkoopregelingen, eventuele voermaatregelen en ook de korting die wordt toegepast bij de verkoop van fosfaatrechten. Daarnaast is vrijwel zeker dat de eerder aangekondigde fosfaatbank niet opengesteld zal worden.

Mogelijkheden tot verlaging productierechten

Bij een (mogelijke) overschrijding van het plafonds zal ook gekeken worden naar een eventuele afroming van productierechten. In de ‘Meststoffenwet’ zijn mogelijkheden opgenomen om de omvang van de productierechten te verlagen. Dit kan door een afroming bij overdracht maar ook door middel van een generieke korting.

Afroming bij overdracht

Op dit moment vind al een afroming (10%) plaats bij de overdracht van fosfaatrechten. Een eventuele vergroting van dit percentage, zoals in het verleden, kan in principe alleen middels een wetswijziging. Een afroming bij de overdracht van varkens- en/of pluimveerechten kan middels een Amvb worden geregeld. Dit kan alleen indien een overschrijding van het desbetreffende sectorplafond i.c.m. een overschrijding van het nationaal plafond dreigt. Hierbij moet wel ‘mede gelet worden op de representativiteit van de prognose, het mogelijk structurele karakter van de overschrijding en op de totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen in relatie tot de nationale plafonds’.

Generieke korting

In de ‘Meststoffenwet’ is geregeld dat bij een overschrijding van het sectorplafond de minister de productierechten van die sector generiek kan korten. Dit kan alleen wanneer de overschrijding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en de ‘noodzakelijke verlaging van de totale omvang van de productie niet op een minder ingrijpende wijze kan worden bereikt’. De korting kan niet groter zijn dan de overschrijding van het plafond.

Conclusie

De aangekondigde verlaging van het productieplafond kan tot gevolg hebben dat de productierechten worden gekort. Dit kan bij overdracht, maar ook generiek. Wel kan dit alleen onder diverse voorwaarden. Daarnaast moet de voorgenomen wijziging aan zowel de Tweede als de Eerste kamer worden voorgelegd. Daarnaast moet duidelijk zijn dat er geen andere maatregelen zijn, die met minder gevolgen hetzelfde doel bereiken.