Europese alternatieven GLMC 8 ‘NPA’ bekend, Nederlandse invulling nog niet


Notice: Trying to access array offset on value of type bool in /var/www/vhosts/proagro.nl/httpdocs/wp-content/themes/proagro/acf/includes/api/api-template.php on line 396
23 februari 2024

De EU heeft formeel bekend gemaakt dat bedrijven in 2024 kunnen kiezen voor een alternatieve invulling van GLMC 8 ‘Niet productief areaal’ (NPA). Bedrijven moeten nu minimaal 4% van het bouwland aanleggen met NPA en/of eiwitgewassen en/of vanggewassen. Gewasbeschermingsmiddelen zijn hierbij niet toegestaan. Lidstaten kunnen zelf besluiten of ze deze alternatieven doorvoeren en welke voorwaarden daarbij gelden. Deze keuzes moeten uiterlijk 27 februari bekend zijn. De keuzes van Nederland zijn nog niet bekend.

Alternatieven NPA definitief

De EU heeft de alternatieven invulling van het NPA opgenomen in de EU-verordening 2024/587. Om aan de conditionaliteit-eis GLMC 8 ‘NPA’ te voldoet moeten bedrijven minimaal 4% van het bouwland bestemmen voor:

  • Niet-productief areaal, en/of
  • Stikstofbindende gewassen, en/of

Weegfactor 1

Voor de stikstofbindende gewassen en vanggewassen geldt een weegfactor van 1.

 

Voorbeeld invulling ‘4% van het bouwland’

 

Een bedrijf met 100 ha bouwland kan voldoen aan GLMC 8 door het aanleggen/telen van bijvoorbeeld:

·        1 ha NPA

·        1 ha stikstofbindende gewassen

·        2 ha vanggewassen

 

Ook voldoet 4 ha NPA of 4 ha stikstofbindende gewassen of 4 ha vanggewassen.

 

 

Geen gewasbeschermingsmiddelen

Op de gewassen, die ingezet worden voor GLMC 8, mogen geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

Alleen voor 2024

De alternatieve invulling van GLMC 8 geldt alleen voor het jaar 2024.

Rekening houden met ecoregeling

Bij het inzetten van stikstofbindende gewassen en/of vanggewassen voor GLMC 8 moet rekening worden gehouden met de ecoregeling, als deze gewassen ook ingezet worden als eco-activiteit. De eco-activiteiten moeten immers verder gaan dan (wettelijke) verplichtingen waar en bedrijf zich al aan moet houden. Hoe dit verder uitgewerkt wordt, is aan de lidstaat.

Toepassing Nederland nog niet bekend

Het is nog niet bekend of Nederland deze alternatieven ook doorvoert. Ook zijn de voorwaarden die gesteld worden aan de teelt van stikstofbindende gewassen en vanggewassen nog niet bekend. Nederland moet uiterlijk 27 februari haar keuzes kenbaar maken aan de EU.

Mogelijke invulling van de combinatie met de eco-regeling

Nederland moet ook aangeven hoe omgegaan wordt met stikstofbindende gewassen, die voor GLMC 8 én als eco-activiteit worden ingezet. Het is denkbaar dat dezelfde systematiek wordt gebruikt als bij ‘groene braak’ als NPA en als eco-activiteit: binnen de ecoregeling tellen wel de punten, niet de waarde.

Vanggewas hetzelfde?

Een vanggewas, dat wordt geteeld na een hoofdteelt, kan worden ingezet voor GLMC 8. Voor de eco-activiteit moet er sprake zijn van ‘onderzaai vanggewas’. Mogelijk kunnen beide gecombineerd worden, aangezien onderzaai van een vanggewas een extra inspanning is boven de (wettelijke) verplichtingen. Of dit inderdaad kan en wat dan de gevolgen zijn voor de ecoregeling is nog niet bekend,

RVO: aanpassing Gecombineerde opgave niet mogelijk

RVO heeft onlangs aangegeven dat deze alternatieven niet tijdig in de Gecombineerde opgave verwerkt kunnen worden. Onze verwachting is echter dat de maatregelen wel worden doorgevoerd ondanks dat de GO niet (tijdig) kan worden aangepast. Het belang en de druk om deze alternatieven toe te staan is, naar onze mening, groot genoeg.

Conclusies

De alternatieven geven een behoorlijke versoepeling voor de invulling van GLMC 8. Vooral voor bedrijven die nu reeds vanggewassen telen. Wel is de vraag of dit in Nederland ook gaat gelden. Daarnaast zijn de (detail)voorwaarden die hierbij gaan gelden van belang.

Meer informatie

Zie voor meer informatie over de conditionaliteit en GLMC 8 (huidige werkwijze) onze Themaberichten: